Kabel en draad(loos)

Datakabel biedt mogelijkheden

Het gebruik van draadloze toepassingen is de laatste jaren flink toegenomen. Toch is wireless nog altijd minder betrouwbaar en stabiel dan bedrading. Databekabeling wint daarnaast terrein als voedingskabel. De juiste berekening van de bedradingsinstallatie is essentieel. Veel installateurs hebben nog te weinig kennis van zaken.

TEKST: GERRIT TENKINK

Datakabel neemt een steeds belangrijker plek in ter vervanging van de traditionele 230 Volt voedingskabel. Foto: STEFAN SWEIHOFER

 

Jan Zeeman, telematicadistributeur
bij Rexcom: “De installateur
moet begrijpen dat het niet
om een simpele datakabel gaat.”
Foto: Rexcom

Jan Zeeman is werkzaam bij telematicadistributeur Rexcom en lid van de NEN normcommissie ‘Smart Buildings’. “Steeds meer apparaten kunnen gebruikmaken van universele databekabeling. Het komt steeds vaker voor dat we bijvoorbeeld bij verlichtingsarmaturen, met name in smart buildings (waar algauw tot 175 kilometer bekabeling ligt), gebruikmaken van databekabeling, niet alleen om slimme informatie uit te wisselen, maar ook voor de voeding (4-pair power over ethernet). “Datakabel neemt een steeds belangrijker plek in ter vervanging van de traditionele 230 Volt voedingskabel. Apparaten die voorheen werden gevoed door kabels die 2500 Watt leverden en een hele groep nodig hadden, hebben nu genoeg aan een datakabel van 90 Watt. Een koffieautomaat bijvoorbeeld draait maar een beperkt aantal minuten per uur. De rest van de tijd kun je gebruiken om de batterij of de accu te laden. Ook dat is een slimme toepassing van databekabeling”, aldus Zeeman, die een tweede voorbeeld geeft waarbij de voordelen van datakabel duidelijk worden. “Neem een slimme CV-ketel. Die leert zichzelf met behulp van de informatie die hij krijgt vanuit de diverse sensoren, die bijvoorbeeld zijn aangebracht in een verlichtingsarmatuur via de intelligente databekabeling. Zo kan de CV-ketel heel gericht op bepaalde momenten warmte leveren. Dat scheelt behoorlijk veel energie. Zoiets is alleen met datakabel mogelijk.”

Veiligheid

Maar richting toekomst zien we dat de behoefte aan het versturen van dataverkeer steeds groter wordt. Daar waar rond de eeuwwisseling 10 Mb toereikend was, zitten we nu al op 100 Mb en zijn we over een aantal jaren, zo voorspelt Zeeman, op 1000 Mb. “En dat betekent dat er ook een gegarandeerde veiligheid en zekerheid moet zijn. Kijk naar de zorg. Die komt steeds meer op afstand. In de toekomst hoef je voor bepaalde vragen niet meer naar het ziekenhuis of de dokter. In het aansturen vanuit het ziekenhuis van medische apparatuur die in de huiskamer staat wil je geen haperingen. Daar moet gegarandeerd voldoende bandbreedte beschikbaar zijn”, zegt Zeeman, die verder wijst op een ander punt van veiligheid. “Databekabeling heeft nog een groot voordeel. Bij installatie heb je minder kennis nodig, omdat het een stuk veiliger is. Op het moment dat je een databekabeling doorknipt is er niet zoveel aan de hand. Ik hoef niet uit te leggen dat je dat met bedrading waar 230 Volt op staat niet hoeft te doen.”

Ontwerpen

Bij het ontwerpen van kantoorpanden, die zich later mogelijk ook smart buildings mogen noemen, wordt volgens Zeeman in de praktijk nog te weinig nagedacht over de toekomst. “In bestekken wordt te weinig vooruitgekeken en de installateur maakt wat op dat moment voldoende is. Maar vaak wil een volgende huurder meer capaciteit en heeft hij meer bandbreedte nodig of meer access points. Als de bekabeling dan niet volgens de normen is aangelegd, is er kans op bijvoorbeeld oververhitting of een trage dataoverdracht. Zorg dus altijd dat er genoeg bandbreedte is en denk aan power over ethernet op het moment dat de bekabeling wordt aangelegd. Dat is ook de meerwaarde van standaardisatie. De installateur, maar zeker ook de ontwerper, moet zich er veel beter van bewust zijn dat naast elektra en water universeel gestructureerde bekabeling de derde utiliteit in een gebouw gaat worden.”

Installeren

Het berekenen van de capaciteit van de datakabel is belangrijk, maar net zo belangrijk is de wijze van installeren. NEN-EN 50173-1 ‘Generic cabling systems - Part 1: General Requirements’ en NEN-EN 50174 ‘Cabling installation – Part 1: Installation specification and quality assurance’ zijn bij het berekenen en installeren van databekabeling leidend.

“Je kunt een pakket datakabel niet zo maar in een willekeurige kabelgoot leggen. Ook het wegwerken van datakabel in isolatie is niet verstandig in verband met warmteontwikkeling. Bij meer vermogen ontstaat er meer weerstand en dus warmteontwikkeling. De channellengte in de CENELEC EN50173-serie is gebaseerd op een bedrijfstemperatuur van 20 graden Celsius. Een verhoogde omgevingstemperatuur en verwarming van remote power dwingen een kortere lengte af. Dat vraagt om een zorgvuldige berekening hoeveel data of voeding je over een kabel gaat sturen. De NEN-EN 50174 ‘Cabling installation – Part 1: Installation specification and quality assurance’ is daarbij leidend. Weinig installateurs hebben daar voldoende kennis van. Die weten in het meest gunstige geval wat er in NEN 1010 vermeld wordt over de aanleg van kabel in kabelgoten, maar de kennis uit NEN 1010 is niet voldoende. De rekensom over de hoeveelheid data die je over een kabel verstuurt in relatie met de warmteontwikkeling is niet moeilijk, maar hij moet wel gemaakt worden, wil je tot een veilige installatie komen.” (Zie ook kadertekst).

Gele sticker

Voorlichting over het gebruik en de aanleg van datakabel is volgens Zeeman ook een verantwoording van de fabrikant en distributeur. “Wij moeten de installateur vertellen wat hij moet doen en hoe hij moet installeren. Veiligheid staat daarbij voorop. We werken bijvoorbeeld met gele stickers op de patchkast, zodat duidelijk is dat de installatie is geïnstalleerd voor ondersteuning van remote Powering class 1 of Remote Powering class 2 conform EN50174-1:2018. Ook de naam van de installateur en diens contactgegevens staan duidelijk vermeld op de sticker.” (Zie afbeelding 4).

De gele sticker op de patchkast bevat een duidelijke waarschuwing en daarnaast informatie over de betrokken installateur.

 

 

Waar moet je op letten bij de werkvoorbereiding?

Waar moet de installateur op letten in de werkvoorbereiding bij het aanleggen van datakabel in verband met warmteontwikkeling? Verzamel informatie en weet welk type kabel je gaat toepassen. Bereken de warmteontwikkeling van het aantal kabels dat wordt aangelegd. Als voorbeeld:

* Punt A, 6 kabels in buis

* Punt B, 72 kabels in dichte kabelgoot

* Punt C, 144 kabels in draadgoot

* Punt D, 216 kabels in draadgoot

Hoe je de warmteontwikkeling kunt berekenen? Met gebruik van de PoE calculator (hyper link: PoE Calculator (commscope.com) op de Commscope website. Sla de berekeningen van elk punt op!

 

Samenvattend

Samenvattend komt Zeeman met een zestal tips.

  1. Wat zijn de uitgangspunten voor de Remote Powering Classs?
  2. Wat is de temperatuur in de diverse ruimten waar de kabels worden aangebracht?
  3. Welk type kabeldraagsysteem wordt toegepast? (met voorkeur voor draadgoot of ladderbaan).
  4. Zorg voor voldoende ventilatie van de kabelbundels.
  5. Maak berekeningen en sla ze op.
  6. Zorg voor de juiste labels op de patchkast.

Mobile Access van Paxton: Open de deur met je mobiele telefoon →

Deze 3 pagina's vind je misschien ook wel interessant: